Aanklampen; Zaterdag en zondag 9 en 10 februari 2013

Vanochtend nam in mijn hoofd, de tergend langzeme cadans van ‘höf de glazer in de lóch’ de overhand op de aangename droom waarin mijn zoontje Casimir mij ontbijt op bed bracht. Gescheiden door een slordige 150 km Kempen. Ik moest aan gisteren denken, toen ik ‘m tot een telefoongesprek probeerde te verleiden. At that very moment stond een meisje in dezelfde leeftijd voor ons. Ze wiegde quaisi in de maat, hangend op een reuzenballon die door een of andere verzekeringskloot op het volk was losgelaten. Plots knapte de ballon en lag ze tussen de rubberresten. Het ging zo snel dat ze geen tijd had om te huilen. Ik schonk haar de knipoog die ik eigenlijk aan Casimir wilde geven. Maar die heeft het nu toch te druk met leren praten.

Anyway. Ik moet mij nog haasten voor de bus naar Roermond. Brother in crime Jackie komt ook verschrikkelijk last minuite de bocht om en we hobbelen gezamenlijk naar de Sjtasiefestasie. Opvallend veel lakeien vandaag. Dezelfde ook nog. Daar heeft een kostuumzaak in de stad een klein fortuin aan overgehouden. En iemand heeft zich als fruitvlieg vermomd. Aha. Zo zien die er dus uit.
Eindeloos lange rij bij de bonnen. Voor me staat een piloot, wiens sjawl op een stuk ijzerdraad de suggestie van wind moet wekken. Maar het ding waait echt, en wel de hele tijd in mijn gezicht. ‘Pilote club Gaef Gaas’ staat er op zijn rug. Aan mij zal het niet liggen.

Schrijver en carnavalsfilosoof Van Mersbergen heeft gelijk: de mensen verkleden zich als zichzelf. Toon mij uw pekske en ik zeg u wie u bent. Achter ons staat een jong koppel. De degelijkheid in den vleze. Nu al. Hij heeft geen barst te vertellen, al lang blij dat hij haar nog zover gekregen heeft. Nu al. Gestreken pekskes, zo uit de kast op zolder. Confectie. Niks mis mee. Letterlijk. Zij heeft nog één ballon onhandig op haar wang geschminckt. Onwennig is eigenlijk beter. Ik zie haar bezig voor de spiegel. ‘Eine ballon is genóg, neet te gek hè, waat mótte de miense waal neet dinke…’.

Een enorme draak in een pluche kostuum van foam worstelt zich door de massa. Ik zie geen armen en ook geen gat waar die uit zouden kunnen komen. Het mag dan misschien moeilijk pissen zijn met zo’n pak, maar als je toch niks kunt drinken heb je daar eigenlijk ook weer niet zo verschrikkelijk veel last van. Dunkt mij.

Jackie is een bekwaam drinker, tempert mijn ongehoorde tempo vakkundig. Jackie is fietserenner, daar zal het wel aan liggen. Vastelaovendj heeft wel iets van fietserenne. De Koers, zeggen ze in Antwerpen. Dat dan weer wel. Een kopgroep bestaat niet met vastelaovend, het is meer een massasprint. Uit de wind blijven en jezelf niet te vroeg opblazen. Ik vraag me af van wie ik dat eigenlijk geleerd heb. Voorlopig hou ik het op Jan. Niet droogvallen – zeker niet! – maar tempozuipen is uit den boze. En van sjterke knoeaj afblijven. Daar heb ik me niet aan gehouden. Eigenwijsheid behoort volgens mij tot de Rechten van de Mens. Proost.

Late evening. Het gaat niet denderend. Fietseren-technisch gesproken, bol ik in een bergetappe langzaam achteruit. Ik begin glazen om te stoten, maar gelukkig staat er telkens iemand in de buurt die dat gedaan zou kunnen hebben. De rode wodka drupt via mijn broekspijp in mijn schoenen. Heives.

Een clown staat volkomen kachel bij de jassen. Hij kan die van hem niet vinden. Ik mag hangen als hij er überhaupt een bij zich had. Hij probeert voorbijgangers aan te klampen. Maar zelfs dat lukt niet. De clown doet iets met zijn vingers dat op wijzen lijkt. Ik vermoed dat hij ‘een zwarte’ zegt. Ooh, had dat meteen gezegd. De clown wordt lastig. Het duurt ‘m allemaal te lang. Hij gooit alle jassen van de kapstok. Dat maakt het zoeken natuurlijk een stuk eenvoudiger. Succes makker.

Ik stap naar buiten en achter me slaat vastelaoveszaoterdig met een smak dicht.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.