Affiche

  1. Nu sta ik hier affiches van mijn boek op te hangen, in een
    café waar veel acteurs komen. Schrijvers ook, theatermakers, journalisten. De culturele elite. Ik dacht het moment zorgvuldig gekozen te hebben en na het posterplakken een exemplaar te kunnen slijten aan een bekende persoonlijkheid, die na lezing in enthousiasme zou losbarsten om vervolgens een heuse mediastorm te ontketenen.

Very not.

De cafébazin kocht mijn boek wel, maar verder zat er niemand. Op één man na. Hij had een cowboyhoed op en zat aan de toog mistroostig voor zich uit te kijken. Toen ik het boek voor de cafébazin signeerde, ontwaakte hij uit zijn overpeinzing en meldde verrassend luid dat hij ook een boek wilde hebben.

Ik twijfelde zichtbaar. Nu ik hem hoorde spreken was meteen duidelijk dat zijn ergste dorst over was. En zo’n arme sukkelaar een boek aansmeren, waarvan hij morgen niet eens meer weet hoe hij eraan komt, dat vond ik ook…enfin, ik dacht dat ik het niet kon maken.

Maar dat was buiten hem gerekend. Hij zag mijn twijfel, rolde vervaarlijk met zijn ogen en siste of ik misschien vond dat hij te lomp was om mijn boeken te lezen.

Natuurlijk vond ik dat niet.

In dat geval moest en zou hij er met alle geweld een hebben en wel nu direct. Het leek of hij mij ervan verdacht stiekem langs hem te willen glippen zónder hem mijn boek te verkopen.

Ik vroeg of hij het op prijs stelde als ik het signeerde.

‘Dat moet niet,’ borrelde hij. ‘Als ge er uwe naam maar in zet!’

Ik kraste een vriendelijk bedoeld tekstje op de eerste pagina en eindigde met mijn zwierige handtekening. Hij wierp een blik op mijn kunstwerk, zei dat hij dat niet kon lezen en stopte mijn kindje in een plastic zak van een grootwinkelbedrijf, waar fotolijstjes met scherpe randen meteen aanvingen de kaft te bekrassen.

Zijn aanvankelijke zwijgzaamheid had plaatsgemaakt voor een stortvloed aan woorden. Onder zijn reusachtige hoed ving hij een betoog aan waar ik geen letter van kon volgen. Misschien werd ik afgeleid door zijn ogen, die alle kanten op bleven rollen.

Mijn boek aan een zatlap verkopen die mij vervolgens de oren van het hoofd kletst, dat heb ik weer. Maar voor commerciële opdrachten reken ik 30E per uur, dus ik besloot hem coulancehalve nog drie kwartier aan te horen. Naar wat ik begreep had hij in de koopvaardij gezeten en ik hoopte even op een smeuïg verhaal voor in mijn boeken. Maar nee. Ik verstond alleen iets over Trump en Erdogan, en daar schrijven er al genoeg over.

Dit werden drie lange kwartieren.

In een onbewaakt ogenblik mompelde ik dat ik buiten zou gaan roken, in de hoop dat hij niet merkte dat hij nog een kwartier te goed had. Omdat ik niet onbeleefd wilde overkomen, liet ik mijn pint binnen staan. Na drie sigaretten kreeg ik natuurlijk dorst, en verdomme, hij stond er nog. Om de situatie rond Assad met mij door te nemen.

Offer voor een verloren zaak, inderdaad.

Toen realiseerde ik mij in een flits dat ik al een prestatie geleverd hád. Ik had immers het boek al geschreven! Dat kost toch ook tijd en geld?

Ach, als ik daarover moet beginnen..

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.